Door te bidden en werken gaat de monnik op weg, zoekend en vindend tegelijk. In de woorden bid en werk, ora et labora is het leven van de monniken vanouds samengevat.

Op verschillende momenten, verspreid over dag en nacht, komen de monniken samen in de kerk, om (met de woorden van sint Benedictus) het Werk Gods te vieren, dat is: de liturgie, de lofzang en het smeekgebed van de hele mensheid. Deze getijden en de Heilige Eucharistie worden in het Latijn, gregoriaans gezongen, gevierd.

Naast het gebed wordt er door de monniken hard gewerkt. Ieder draagt naar vermogen bij aan alles wat nodig is voor een gemeenschapsleven: in een groot huis is veel huishoudelijk werk te doen en ook voor het dagelijks brood moet gewerkt worden, bijvoorbeeld in de steenhouwerij en in de bediening van de webwinkel.

Het werken staat niet los van het bidden. In tegendeel: ook het bidden is werkenhet Werk Gods- en ook het werken krijgt een diepere betekenis als het gebeurt opdat God in alles worde verheerlijkt [uit hoofdstuk 57 van de Regel].